Het begint bij mij te kriebelen zodra ik de bouwhekken met “verboden toegang” zie staan. Mijn nieuwsgierigheid wordt alleen maar groter wanneer ik zie dat er achter het hek zich een groot oerwoud van onkruid bevindt. Als ik dan ook nog eens tussen de bossen door een paar gebroken ramen en veel beton zie, weet ik het zeker: ik moet naar binnen!
Continu kijk ik om mij heen of er niet een alerte buurman is die ons in de gaten houdt, terwijl ik langs de bouwhekken loop voor dat ene gat in de omheining waar we doorheen kunnen. Hoe komen we binnen? Zullen we dan toch moeten klimmen? Ah, gelukkig, een gat. Ik zet mijn zware tas vol met fotografiespul op de grond en hijs mezelf door het gat heen. Mijn buddy geeft me ons spul aan en kruipt er vervolgens zelf ook doorheen. Terwijl ik over het terrein richting het gebouw sluip knerpen glasscherven onder mijn legerkisten.
De deuren aan de voorkant van het gebouw zijn allemaal dichtgespijkerd. Nou ja, dan toch maar klimmen door het lege raamkozijn. Eenmaal binnen vullen mijn neusgaten zich met de typische geur van betonrot, diverse schimmels en brak water. De geur die heel herkenbaar voor mij is. De geur van een ochtend vol verwondering, spanning en fotografie.
Zodra mijn ogen gewend zijn aan de duisternis van de tweede ruimte, neem ik de ruimte in mij op. Vragen als “wat is hier gebeurd?” en “hoe lang staat dit al wel niet leeg!?” schieten door mijn hoofd. Het sfeertje in deze kamer is raar. Het kleine beetje licht wat door een paar gaten in het plafond komt, draagt hier aan bij. Dit is het licht waar ik dit alles voor doe. Het licht dat wordt gebroken door vocht en stof. Het licht dat je alleen in gebouwen als deze vindt.
Na het verkenningsrondje wordt het tijd om de tassen erbij te pakken en de camera’s gereed te maken. Tijdens het rondje zijn me al verschillende dingen opgevallen waar ik wat mee wil doen en die passen bij het concept wat ik in mijn hoofd heb. In alle rust zet ik mijn camera neer op de plek waar het moet gebeuren. Het liefst werk ik zo traag mogelijk. Zo traag als het verval om mij heen, om de rust te bewaren. Het is het proces waar ik het voor doe. Het eindresultaat is op dit moment maar een bijzaak.
Na een uur of vier krijg ik trek in eten en besluiten we om van een welverdiende boterham, frisse lucht en zon te gaan genieten op het balkon. Na de betrouwbaarheid van het balkon te hebben gecheckt ga ik zitten op de smerige grond. Smerig is mijn broek toch al. Voor het eerst sinds binnenkomst praten mijn buddy en ik weer met elkaar. We bespreken wat ons fascineerde en wat we hebben vastgelegd.
Eenmaal terug in het gebouw doe ik een laatste ronde om te kijken of ik niet een interessant shot ben vergeten, want het is de eerste en waarschijnlijk laatste keer dat ik hier zal komen. In Nederland gaat namelijk alles wat geen waarde of functie heeft tegen de vlakte, om ruimte vrij te maken voor wat nieuws.
Compleet ‘zen’ en smerig gaan we weer door het raamkozijn, over het glas en door het hek naar buiten. Op straat zijn we terug in een andere wereld. Een hele andere wereld dan daarbinnen, de ruimtes met enkel achteruitgang en verval.


Recent commentaar